Neusstrips: wat ze wél en niet doen voor je ademhaling

Je ziet ze geregeld voorbijkomen tijdens een wereldkampioenschap: een speciale pleister over de neus, gedragen door wielrenners, atleten en voetballers.

De sport is waar neusstrips het meest opvallen, en waar ze het vaakst worden gedragen. Maar je ziet ze allang niet meer alleen op het veld. Ze liggen steeds vaker op het nachtkastje, in het badkamerkastje of op de neus van iemand die snurkt of 's nachts moeilijk door de neus ademt. De beloftes eromheen zijn groot: makkelijker ademen, meer zuurstof, meer energie, beter slapen. Wat is daarvan waar, en wat is vooral marketing?

Wat zijn neusstrips?

Neusstrips zijn kleine plakstrips met een of twee veerkrachtige spalkjes van plastic erin. Je plakt ze over de neusbrug, waar ze de zijkanten van de neus licht optillen en de neusgaten zo iets verder open trekken. In de wetenschappelijke literatuur heten ze external nasal dilators: hulpmiddelen die de neusdoorgang van buitenaf wijder maken.

Nieuw zijn neusstrips niet. Rond de eeuwwisseling waren ze populair bij topsporters, verdwenen daarna een tijd naar de achtergrond en maakten de laatste jaren een opvallende comeback. Inmiddels vind je ze net zo goed bij mensen die er thuis beter van willen slapen als bij sporters op het veld.

Wat doen neusstrips voor je ademhaling?

Het mechanisme is eenvoudig en goed meetbaar. Door de zijwanden van de neus iets op te tillen verlagen neusstrips de neusweerstand, oftewel de moeite die het kost om lucht door de neus naar binnen te halen. Onderzoek laat consistent zien dat de neusdoorgang met ongeveer 15 procent verruimt en dat mensen aangeven dat ze vrijer door de neus kunnen ademen. Dat subjectieve gevoel klopt dus met wat er fysiek gebeurt.

Voor de meeste mensen is dat vooral 's avonds en 's nachts merkbaar. Bij een verstopte neus, bijvoorbeeld door verkoudheid, hooikoorts of een van nature wat vernauwde neusdoorgang, kan het verlagen van de neusweerstand net genoeg verlichting geven om makkelijker in slaap te komen. Ook bij snurken dat ontstaat door een geblokkeerde neus kan een neusstrip helpen, al pakt hij de onderliggende oorzaak van het snurken niet aan. Het bewijs hiervoor is bescheiden en wisselend, maar veel gebruikers ervaren er baat bij.

Er is nog een effect dat vooral bij inspanning zichtbaar wordt. Zodra je je lichaam belast, of dat nu hardlopen is of stevig doorstappen de trap op, schakel je op een gegeven moment automatisch over van neus- naar mondademhaling, simpelweg omdat de vraag naar lucht toeneemt. Een neusstrip stelt dat omslagpunt iets uit, gemiddeld met zo'n 15 procent, waardoor je wat langer door je neus blijft ademen. Voor wie bewust met neusademhaling bezig is, kan dat prettig aanvoelen.

Wat doen neusstrips niet?

Hier wordt het interessant, want juist op dit punt beloven verkopers vaak te veel. De meest gehoorde claim is dat je door neusstrips meer zuurstof binnenkrijgt, en dat meer zuurstof zorgt voor meer energie. Het klinkt logisch, maar fysiologisch klopt het niet.

Alle lucht die je inademt, gaat via je luchtpijp naar je longen. Hoe wijd je je neusgaten ook maakt, de luchtpijp blijft de flessenhals. Er kan niet méér lucht doorheen dan je luchtpijp en longen aankunnen. Ruimere neusgaten leveren dus geen extra zuurstof op, ze maken de weg naar binnen alleen wat comfortabeler.

Onderzoek bevestigt dat, en wel op een veelzeggende manier. Zelfs bij sporters, waar je een voordeel nog het duidelijkst zou verwachten, is het niet te vinden. Een grote meta-analyse die negentien studies samenbracht, zag geen betekenisvol verschil in zuurstofopname, hartslag of ervaren inspanning tussen mensen mét en zónder neusstrip. Latere reviews vinden hooguit een heel klein signaal, waarvan de onderzoekers de zekerheid zelf als zeer laag beoordelen. In gewone taal: dat effect kan zomaar verdwijnen zodra je beter opgezette studies doet. Als het bij getrainde sporters al niets oplevert, dan geeft het jou tijdens een gewone dag ook geen energieboost.

Wat wél meespeelt, is verwachting. Als je gelooft dat een neusstrip je helpt, voel je je misschien net iets beter of energieker. Dat placebo-effect is echt, en er is niets mis mee. Maar het is iets anders dan een fysiologisch voordeel, en dat verschil is precies waar verkopers graag omheen praten.

Waar het bij neusademhaling écht om draait

De discussie over neusstrips legt iets belangrijkers bloot. De waarde van door je neus ademen zit namelijk niet in de hoeveelheid lucht die erdoor past. Die zit ergens anders.

Je neus is geen simpele buis, maar een geavanceerd voorportaal. Ingeademde lucht wordt er gefilterd, bevochtigd en op temperatuur gebracht voordat die je longen bereikt. In je neus en bijholtes komt bovendien stikstofmonoxide vrij, een stofje dat de bloedvaten in je longen helpt verwijden en de zuurstofuitwisseling ondersteunt. Door je neus ademen betekent ook bijna altijd langzamer en rustiger ademen, wat je middenrif activeert en je zenuwstelsel een signaal van veiligheid geeft. Daar zit de echte winst van neusademhaling: in de kwaliteit van je ademhaling. Hoeveel lucht er door je neusgaten past, is daarbij bijzaak.

En daar wringt het met de neusstrip. Een strookje trekt je neusgaten open, maar het leert je niets. Het verandert niets aan de manier waarop je ademt, aan je ritme, aan je CO2-tolerantie of aan de gewoonte om overdag en 's nachts door je neus te blijven ademen. Het is een mechanisch hulpmiddel, geen ademtraining.

Voor wie zijn neusstrips zinvol?

Voor wie hoopt op meer energie of betere prestaties, voegen neusstrips weinig toe. Maar er zijn genoeg alledaagse situaties waarin ze wél prettig werken.

Wie 's nachts moeilijk door de neus ademt of last heeft van een chronisch verstopt gevoel, merkt het verschil echt, want comfortabeler ademen is dan geen kleinigheid. Bij verkoudheid, hooikoorts of snurken door een geblokkeerde neus kan een neusstrip net dat beetje verlichting geven, zodat je rustiger doorslaapt. En voor wie oefent met neusademhaling, of dat nu tijdens een wandeling is of in bed, helpt het strookje om langer door de neus te blijven ademen.

Wil je er een uitproberen voor die situaties, kijk bijvoorbeeld naar de neusstrips van Zippit (Sniffit): verkrijgbaar in verschillende uitvoeringen en met een huidvriendelijke, hypoallergene lijm. Ze laten zich ook goed combineren met een focus op neusademhaling in de nacht, bijvoorbeeld als steuntje voor wie overdag al door de neus ademt maar dat tijdens het slapen nog verliest. Ook verkrijgbaar als voordeelbundel samen met mondtape.

Belangrijk is vooral de verwachting waarmee je begint. Neusstrips maken de neusademhaling makkelijker, en dat is een eerlijk en meetbaar effect. Ze geven je geen extra energie en veranderen je conditie niet. Kwaad kunnen ze niet, en voor sommige mensen zijn ze een prettig hulpmiddel. Maar wie serieus in ademhaling wil investeren, komt verder met het trainen van een gezond adempatroon dan met een strip op de neus.

Het oordeel

Neusstrips doen iets, maar iets anders dan vaak wordt beloofd. Ze verlagen de neusweerstand en maken ademen door je neus comfortabeler, wat welkom kan zijn bij een verstopte neus, bij snurken of tijdens het slapen. Meer zuurstof of meer energie leveren ze niet op, want je neusgaten zijn nooit de beperkende factor geweest. De echte waarde van neusademhaling zit in hoe je ademt, niet in hoe wijd je neusgaten openstaan. En dat is iets wat je zelf kunt leren, zonder plakstrip.


Bekijk ook:

Volgende
Volgende

Hartcoherentie: uit de overlevingsstand met je ademhaling